Quote

“I'd rather regret the things that I have done than the things that I have not.”
― Lucille Ball

Thursday, January 29, 2015

Ontmoetingen met mijn vader's verleden (Deel 7)

Begin 70-er jaren bij de opening van Signaal-Gronau
Signaal-Gronau en Arie Klootwijk


Ga naar deel 8

Ga naar deel 1


Dit deel van de serie posts over de ontmoetingen met mijn vader's verleden is een reflexie van onze verhoudingen, persoonlijkheden en veranderingen in onze relatie.

Het is voor mij de moeilijkste periode om te beschrijven, in tegenstelling tot de voorgaande delen, die meer beschrijvend en constaterend waren, maar niet zozeer een sociaal/psychologische onderstroom hadden.

Alle voorgaande delen zijn feitelijk de inleiding voor dit voorlaatse deel.

Dit deel (7) heb ik in de volgende periodes onderverdeeld:

1. Verwijdering (1965-1970)
2. Afstand (1970-1980)
3. Toenadering (1980-1985)

In het laatste deel (8) komen dan de nog volgende onderdelen aan bod:

4. Pensioen (1984-2010)
5. Overnames en Fusies (1990-2011)

Verwijdering (1965-1970)


In 1967 slaagde ik voor mijn eind-examen HBS (Bataafse kamp) in Hengelo en had besloten eerst in militaire dienst te gaan, alvorens met een nieuwe studie te beginnen.

Of mijn vader daar gelukkig mee was kan ik me niet meer herinneren, maar het leek mij de meest veilige optie. Eerst studeren en dan halverwege de dienstplicht moeten vervullen had het risico dat ik mijn studie niet meer zou afmaken. En uitstel aanvragen werden niet altijd gehonoreerd.

Het was ook de tijd van de studenten revoltes en de generatiekloof die ontstond in de jaren 60. Lang haar, nieuwe muziek, niet meer je ouders volgen, eigen "idealen" formuleren en nastreven.

Dit was al begonnen op de HBS, met The Beatles en Rolling Stones. Van mijn vader had ik in 1966 een band-recorder gekregen. De bekende songs en albums uit die tijd had ik allemaal op band gezet. Zo kon ik urenlang op mijn kamer naar muziek luisteren en mij afzonderen van het gezinsleven.

Het was ook de periode van de eerste liefdes en met vrienden naar de disco gaan. Dus laat thuis of een nacht helemaal niet thuis en ook af en toe veel drinken. Mijn vader was daar niet gelukkig mee. Ik kan dat nu begrijpen, maar toen had ik daar geen boodschap aan.

Mijn vader werkte zich een ongeluk, maar ik had daar geen oog voor. Wat hij precies deed wist ik ook niet, hij sprak er niet over en ik was bang er naar te vragen. Mijn vader had nooit in dienst gezeten, vanwege de oorlog, dus was dat ook geen onderwerp voor discussie.

We hadden eigenlijk ons eigen leven en nadat ik eenmaal in militaire dienst was gegaan (lichting 67/3), kwam ik ook nog maar eens in de paar weken thuis.

Eerst werd ik naar de landmacht officiersopleiding in Den Bosch gestuurd, dat zou betekenen 21 maanden dienstplicht. In dat geval pas over twee jaar naar de universiteit. Door mij niet volledig in te zetten en ook wegens desinteresse in de opleiding en het leger, werd ik uiteindelijk overgeplaatst naar de verbindingsopleiding op de veluwe.

Ook dat zou een opleiding zijn voor 21 maanden dienstplicht. Omdat ik voorwendde moeite te hebben met het leren van de morse code en niet snel genoeg op de vereiste snelheid kon seinen, werd ook deze opleiding afgebroken.

Ik kreeg vervolgens een adminstratief baantje bij Sectie/3 van het 44e Infanterie Bataljon in Zuidlaren (Adolf van Nassau kazerne). Mijn dienstplicht was nu gereduceerd tot 12 maanden.

Zo kon ik dus in september 1968 mijn studie electrotechniek aan de THT (nu Universiteit Twente) in Enschede beginnen. Omdat de universiteit volgens het campus systeem was opgezet, moest je verplicht op de campus wonen. Ik had overigens ook niet meer thuis kunnen wennen.

Afstand (1970-1980)

Uit een Duits Philips magazine 1971

Het was in mijn eerste periode op de universiteit, dat mijn vader de opdracht had gekregen een nieuwe Signaal-fabriek op te zetten net over de Duitse grens in Gronau. Reden was dat nieuw personeel in Hengelo moeilijk was te vinden en men verwachtte in Gronau veel  makkelijker aan geschikt personeel te komen.

Hij huurde een voormalige textielfabriek en begon personeel aan te trekken en natuurlijk werden er machines gekocht om met de productie te kunnen starten. Hij kreeg daarbij hulp van zijn Rotterdamse vriend en collega Theo Müller (Ref. 8), die eerder al naar Duitsland was gestuurd.

Hij was begonnen als Geschäftsführer van Radadarleit GmbH in Kiel, een bedrijf dat Signaal radarsystemen voor de Duitse marine produceerde en leverde, i.v.m. de eis van de Duitse regering dat de systemen in Duitsland geproduceerd moesten worden. Hij deed dit samen met de Hr. G. Zweers van de afdeling Verkoop van Signaal. 

De heer Zweers was verantwoordelijk voor de commercie en de heer Müller voor de techniek. In 1965 is de heer Zweers naar Nederland (Apeldoorn) overgeplaatst. Vanaf dat moment werd de heer Müller Direkteur van de "Allgemeine Duitsche Philips GmbH" (Alldephi) voor Radarleit GmbH. Hij ging in mei 1985 met pensioen. Deze hulp was een grote steun voor mijn vader.

De fabriek werd geopend op 16 september 1970  (Ref. 25), zie ook deel 5. Van deze ontwikkelingen heb ik niet veel mee gekregen, omdat ik niet meer thuis woonde.

(Ref. 29) De heer Klootwijk overhandigt mevrouw Gol
de radiowekker bij gelegenheid van haar in diensttreding.
Op 2 november 1971 werd de 100ste werknemer begroet en kreeg bij die gelegenheid een radiowekker aangeboden (Ref. 29).

In oktober 1973 had mijn vader een nieuw huis gekocht in Losser en verhuisde het gezin naar Losser.

Het was een mooie grote bungalow met grote tuin en een aparte garage aan de Markenweg.

Mijn zus, die toen nog thuis woonde, verhuisde mee. Ik kwam af en toe op bezoek als er iets te vieren viel, maar had er geen kamer.

Referentie 30

Ik kan me herinneren dat er vaak feestjes waren, met name in de zomertijd, met tuinfeesten, BBQ en veel vrienden en soms ook familie uit Vlaardingen. Het was een mooie tijd voor mijn ouders en zus en ik kwam er graag.

Mijn zus trouwde in september 1974 en verliet rond die tijd het ouderlijk huis.

Mijn vader sprak eigenlijk nooit over zijn werk en ik heb slechts een enkele keer de fabriek bezocht.  We hadden geen slechte, maar een wat afstandelijke verhouding.

Inmiddels werd er een nieuwe fabriek gebouwd, die op 3 mei 1976 officieel geopend werd. Ik was er niet bij en ook niet uitgenodigd, of  ik was verhinderd, dat kan ik mij niet meer herinneren.

Wat ik me goed herinner is dat in de eerste helft van de 70-er jaren er een (studie) reis naar Rusland werd georganiseerd door mijn faculteits-vereniging. Ik had me daar voor aangemeld. Mijn vader was daar niet blij mee.

Het was midden in de "koude oorlog" en dat lag heel gevoelig bij Signaal. We hebben Moskou en Leningraad bezocht, een hele belevenis in die tijd. Gelukkig heeft het geen consequenties gehad voor mijn vader.

Mijn studie wilde na mijn Propedeuse-2-examen niet meer vlotten. Ik verhuisde naar Nijmegen met mijn vriendin (later vrouw) en vond daar werk als computer operator bij het computer-centrum van de universiteit, het URC, dat 7/24 uur bemand was. Ik deed er met een aantal andere studenten de nacht en weekenddiensten.

Het verdiende goed, maar van studeren kwam niet veel terecht, ook mede door de afstand Nijmegen-Enschede.

In 1975 heb ik mijn Baccalaureaats examen gehaald. Eind jaren 70 heb ik een inhaalslag gemaakt en ben uiteindelijk in 1980 afgestudeerd.

Bij mijn vader zat dit erg hoog. Hij betaalde tenslotte een deel van mijn studiekosten en wilde een zoon om trots op te zijn. Zolang ik niet afgestudeerd was als ingenieur, was ik in zijn ogen waarschijnlijk een nietsnut en gelijk had hij.

Ref. 30: De burgemeester en Max Staal
openen de nieuwe fabriek
Ref. 30: Arie Klootwijk spreekt ter
gelegenheid van de opening

Toenadering (1980-1985)


Het jaar 1980 was een keerpunt in mijn leven. Wij kregen ons eerste kind (dochter), we trouwden, ik studeerde af en had inmiddels een goede baan.

Dit alles leidde ertoe dat de spanning die ik soms voelde tussen mijn vader en mijzelf minder werd. Ook kreeg hij meer belangstelling voor mijn werkzaamheden, hoewel ik niet veel meer kon vertellen, dan hij deed over zijn werk. Ook ik had de neiging thuis niet over het werk te spreken, ik denk dat we op dit punt niet veel verschilden. Ook zei men dat ik steeds meer op mijn vader ging lijken, zowel uiterlijk als qua persoon.

Ik herinner me dat we weer regelmatiger naar mijn ouders gingen en zij ook wel bij ons kwamen. Dat gold ook voor mijn zus en zwager, daar gingen we vaker naar toe en zij kwamen ook bij ons. Zeker toen ons tweede kind (zoon) werd geboren in 1983 werden de banden nog meer aangehaald.

Het was ook in deze tijd dat mijn vader, inmiddels van een goed salaris voorzien, altijd bereid was financiele ondersteuning te verlenen aan ons kinderen en later kleinkinderen. Mijn moeder heeft dit op haar eigen wijze voortgezet na het overlijden van mijn vader.

Jaren voor dat mijn vader met pensioen ging had hij al plannen gemaakt voor zijn pensionering. Het belangrijkste wat ik me kan herinneren was, dat hij de garage verbouwde en vergrootte om deze in te richten als werkplaats voor zijn hobby, het maken van modellen van stoom-tractie voertuigen.

Hij was al verspanende machines aan het verzamelen, maar ik weet niet meer of zijn machinepark al compleet was bij zijn pensionering of pas daarna. In ieder geval herinner ik me dat hij een draaibank of freesmachine, van Signaal had gekregen, die afgekeurd was voor reguliere precisie productie.

Nu ik dit schrijf herinner ik me dat hij, jaren geleden, voor mij ook een oscilloscope had geregeld bij Signaal, voor mijn eigen elektronica hobby.

Het was een Tektronix, model 545B met plug-in units, volledig uitgevoerd met buizen. Ik heb hem helaas verkocht voor mijn emigratie, het zou nu een museumstuk zijn.

Mijn vader ging met pensioen op 30 juni 1984. Hij kreeg een uitgebreide huldiging van zowel de Duitse Philips organisatie (Alldephi) als van Signaal-Hengelo.

In 1985 ben ik begonnen met een nieuwe baan bij Philips in Den Haag (zie deel 4). Een ander deel van het Philips concern, waar mijn vader juist afscheid van had genomen.


Printfriendly

Contact Form

Name

Email *

Message *