Quote

“I'd rather regret the things that I have done than the things that I have not.”
― Lucille Ball

Thursday, September 25, 2014

Ontmoetingen met mijn vader's verleden (Deel 4)

Van der Heem en Harry Isbrucker


Ga naar deel 5

Ga naar deel 1

In de oorlog


Er gebeurde meer in de oorlog, dat later van betekenis zou blijken in het licht van mijn vader's carriere en de mijne. In dit deel begin ik met de beproevingen van de Kapitein ter Zee Harry Isbrucker.

Hij was gevangen gezet in het kamp voor officieren in Stanislau, Stalag 371 (Oekraine). Hij ontsnapte tijdens een treintransport naar Neubrandenburg, dat via Berlijn liep.

Hij was vaak in Berlijn geweest voor de oorlog en dacht hier contacten te kunnen leggen om uiteindelijk illegaal naar Nederland terug te kunnen keren.

In Berlijn is hij ontsnapt uit de trein met een mede-gevangene. Via de Zweedse ambassade in Berlijn, die ook Nederland vertegenwoordigde, probeerde hij met zijn mede-vluchteling Zegers (commandant van vliegveld 'De Vlijt' op Texel, na de oorlog opgeklommen tot generaal-majoor.) steun te krijgen voor hun vlucht naar Nederland.




Dit is een fragment uit zijn autobiografie (ref. 19):
Kneppelhout zat met een paar andere Hollandse studenten in zo'n straat ervan. We werden aan hen voorgesteld. Het waren als ik mij goed herinner een zekere Jorna en Pluiger. Jorna ontmoette ik vele jaren later, het zal 1952 of '53 zijn geweest, bij Hollandse Signaal, waar hij toen hoofdingenieur of onderdirecteur was. Ik herkende hem niet en pas vele jaren later in 1958 kwam ik tijdens een gesprek met Zegers erachter dat de toenmalige directeur van Hollandse Signaal de student Jorna was.

Noot:
Kneppelhout was een student en tussenpersoon tussen de in de fabriek werkende Nederlandse arbeiders en de Zweedse Ambassade in Berlijn.

Ik heb dit citaat hier opgenomen, omdat zowel Jorna als Isbrucker later in de 50-er jaren het pad van mijn vader gekruist hebben en indirect later ook dat van mij.

Het verhaal van Harry Isbrucker heeft een aantal historische raakvlakken (ref 19):
Verzet van Nederlanders in Berlijn, de ontsnapping van Prof. de Haas "Nederlandse Atoomgeleerde", Engelandvaarders, het verraad van King Kong alias Lindemans, Els Boon, het verzet en het onderduiken in Nederland, Het Oranjehotel en natuurlijk Stanislau waar bijna alle Nederlandse officieren gevangen zaten. In 1948 ontmoet H. Isbrucker zelfs Prinses Juliana, de latere koningin van Nederland.
Voor het hele uiterst interessante verhaal en auto-biografie van Harry Isbrucker's ontsnapping en poging naar Engeland te vluchten zie referentie 19.

Isbrucker en Zegers zijn met hulp van Kneppelhout, Jorna en anderen verstopt in de trein van Berlijn naar Amsterdam. Zo hebben zij Nederland weten te bereiken. Na een mislukte poging om naar Engeland te ontsnappen werd hij uiteindelijk in juni 1944 weer op transport gesteld naar het kamp voor Nederlandse officieren inmiddels in Neubrandenburg. Ook Zegers zat in hetzelfde transport, maar wist nabij Hengelo uit de trein te ontsnappen en heeft tot het einde van de oorlog ondergedoken gezeten.

In het krijgsgevangenenregister dat is gepubliceerd op Eindhoven foto (ref. 21) heb ik gevonden dat Derk Brethouwer en Harry Isbrucker in hetzelfde kamp hebben gezeten, eerst in Stanislau en later in Neubrandenburg. In Stanislau zat Isbrucker in kamer 2 en Brethouwer in kamer 74. In Neubrandenburg respectievelijk in de kamers 15b en 17a. Ze moeten elkaar daar ontmoet hebben en leren kennen, zeker in Neubrandenburg zaten ze dicht bij elkaar.

Ir. Derk H.G. Brethouwer was van 1953 tot 1958 directeur van Signaal en reserve Luitenant-Generaal van de Technische Dienst van de landmacht. Hij volgde de heer Schagen van Leeuwen op, die in 1957 met pensioen ging.

Luitenant ter Zee 1e klasse Harry Isbrucker is na de oorlog bij de electronische afdeling van de marine gaan werken (ref. 21) en als hoofd van die afdeling geeindigd. In oktober 1954 viert de organisatie zijn 50-jarig bestaan in Oegstgeest met een grootse receptie. Isbrucker en Von Weiler (zie ook deel 5) vormen met enige anderen het ontvangstcomite voor 300 gasten met partners uit de industrie, burgelijke organisaties en defensie.

Uiteraard waren er ook gasten van Hollandse Signaalapparaten vertegenwoordigd. Directeur toen was Brethouwer en de heren ir. Y. Jorna en ir. M. Staal (zie een van de volgende delen) waren in maart van dat jaar tot adjunct directeur benoemd. Ongetwijfeld hebben toen de heren Isbrucker en Brethouwer en wellicht ook Jorna elkaar (weer) ontmoet. Wellicht is Staal daar toen ook geweest, omdat hij voor de oorlog assistent was van Von Weiler.

In 1956 is Isbrucker naar Van der Heem N.V. gegaan met als opdracht professionele electronische apparatuur voor defensie te ontwikkelen. In 1963 is hij met pensioen gegaan.

Op de Van der Heem website (ref. 22) is te lezen:
Van der Heem  is het bedrijf dat van 1926 t/m 1966 in Den Haag als zelfstandig bedrijf was gevestigd. In de loop van 1966 werd een groot deel van het bedrijf, inmiddels INDOHEEM geheten na een fusie met Indola, door Philips overgenomen. Tevens had men vestigingen in Utrecht en Sneek. Ook de ENAF (Solex) behoorde tot het Van der Heem concern.
Bij de leek was dit bedrijf, ondanks dat het in de zestiger jaren aan ca. 3000 mensen werk verschafte, weinig bekend. Daarentegen waren hun producten die voornamelijk onder de merknaam ERRES werden verkocht des te bekender. ERRES was de merknaam van de handelsmaatschappij R.S. Stokvis en Zonen te Rotterdam. (noot: ERRES = R.S.)
De meeste bekende ERRES producten, door Van der Heem geproduceerd, zijn radio's, TV's en stofzuigers. Toch heeft Van der Heem veel meer vervaardigd dan alleen deze 3 producten. Te noemen valt bij voorbeeld; elektrische dekens, vloerwrijvers, ventilatoren, ventilatorkacheltjes, strijkijzers,platenspelers en bandrecorders. En natuurlijk mogen wij de professionele motoren en boormachines niet vergeten.
Ook heeft Van der Heem een scala aan Professionele apparatuur vervaardigd, zoals bij voorbeeld de bekende GRC-3030 voor de Landmacht, of de zendontvanger ARC-552 voor de Luchtmacht. (Starfighter).  

Ook was Van der Heem betrokken bij het project walradar voor de Nieuwe Waterweg, evenals Signaal en Philips.

Mijn vader ging een aantal keren per jaar naar Den Haag, naar Van der Heem, zoals ik mij herinner. Van der Heem (ref. 8) was een toeleverancier van Signaal en heeft voor Signaal mechanische transmitters en receivers ontwikkeld en gebouwd (zie noot). De mechanische nauwkeurigheid werd in het begin in den Haag gecontoleerd en de meetprocedures werden daar afgesproken.

Noot:
Het is mij niet duidelijk wat een mechanische transmitter/receiver is, moet dat nog eens uitzoeken.

Mijn vader zal ongetwijfeld Harry Isbrucker daar wel eens ontmoet hebben, hoewel ik er geen bewijs voor heb.



Luchtfoto van het Complex Maanweg, Den Haag, zoals ik het ken. In de 50er en 60er jaren was het minder omvangrijk.

Toen ik in 1980 bij Philips kwam te werken, was dat bij PTIS (Philips Telecommunicate en Informatie Systemen) als productmanager en vervolgens verkoop consultant en projectleider. Een commerciele organisatie voor de verkoop en service van telecommunicatie en computer systemen voor de Nederlandse markt.

PTIS was gevestigd in de voormalige fabriek van Van der Heem in Den Haag aan de Maanweg. Dus hier kruisten onze wegen weer zij het met een verschil van 15 jaar. Pas tijdens het onderzoek voor deze serie posts heb ik ontdekt dat PTIS in het voormalige Van der Heem gebouw was ondergebracht en dus mijn vader ook in dit complex heeft rondgelopen.

De producten die verkocht werden, vaak in projectvorm met consultancy en project-management, kwamen met name uit Hilversum en Huizen (Philips Telecommunicatie Systemen) zoals bedrijfstelefooncentrales en uit Apeldoorn (Philips Data Systems) zoals computers en software.

De directeur in Apeldoorn was ir. Y. Jorna, die Hollandse Signaalapparaten in 1963 verliet om directeur te worden van Philips Computer Industrie in Apeldoorn, het latere PDS (1976). Het is in 1992 verkocht, samen met PTIS aan een Amerikaanse computerfabrikant (DEC), die later weer werd overgenomen door Compaq en Compaq weer door HP.

De belangrijkste reden dat Philips faalde met het ontwikkelen en naar de markt brengen van de computer in de 60er jaren, naast interne conflicten op het hoogste directie nivo, was dat men zich niet realiseerde dat de computer (in die tijd) niet een soort radio was voor het publiek met wat meer electronische componenten, maar een fundamenteel nieuw apparaat voor een volledig andere markt (professionele bedrijven) EN dat de software uiteindelijk belangrijker was dan de hardware (ref. 23).

IBM en Gerrit Blaauw


IBM was de grootste en belangrijkste computer firma in die tijd. In de 60er jaren ontwikkelde IBM de IBM System/360, gebaseerd op een volledig nieuw concept bestaande uit: 1) een architectuur, 2) I/O standaarden, 3) systeem-software en 4) applicatie-software.

Professor Dr. G.A. (Gerrit) Blaauw
Een van de ontwikkelaars van de S/360 was Gerrit Blaauw (ref. 24) een Nederlandse ingenieur, die later mijn belangrijkste hoogleraar zou zijn. Ik heb zijn colleges met veel plezier gevolgd en ben bij hem afgestudeerd. Ons computer practicum werd gedaan op een S/360

In de 70-er jaren heb ik, als bijbaan, vele jaren gewerkt met de S/360 eerst als computer operator en later ook incidenteel als programmeur.

De documentatie van de S/360 bestond uit honderden manuals met in totaal vele duizenden pagina's en dan ook nog beschikbaar in meerdere talen.

De documentatie die Philips bij zijn computers leverde was een paar manuals met wellicht totaal enige 100den pagina's, sommige zelfs handgeschreven. Ik heb mij daar altijd over verbaasd, omdat ik de S/360 en de professionele support van IBM had leren kennen toen ik nog studeerde en werkte als operator van een IBM S/360.

Mijn idee was dat Philips nog een hoop te leren had als ze in de professionele wereld een belangrijke speler wilde worden. Een computer is tenslotte geen Philips Pionier!!

Ga naar deel 5


Ga naar deel 1



Printfriendly

Contact Form

Name

Email *

Message *