Quote

“I'd rather regret the things that I have done than the things that I have not.”
― Lucille Ball

Tuesday, September 23, 2014

Ontmoetingen met mijn vader's verleden (Deel 3)

afbeelding van Schagen van Leeuwen, Jules Jacob Adriaan
Jules Schagen van Leeuwen, (ref. 15)

Signaal en Jules Schagen van Leeuwen

Ga naar Deel 4

Ga naar Deel 1


De Hengelose achtergrond en mijn eigen jeugd aldaar


Signaal werd in de jaren 20 van de vorige eeuw (1922) in Hengelo opgericht onder de naam N.V. Hazemijer's Fabriek van Signaalapparaten. Hengelo was een provincie stadje met een opkomende electrotechnische en machinebouw industrie (ref. 14). Floris Hazemeijer was aanvankelijk de directeur.

Ik herinner mij dat in het midden van de jaren 60 van de vorige eeuw, toen ik zo'n 16 jaar oud was - dezelfde leeftijd die mijn vader had toen de oorlog uitbrak - al fietsend naar school langs diverse grote Hengelose indusrieen kwam. Zoals Stork (machinebouw), Dikkers (industriele kranen/kleppen) en Hazemeijer (industriele schakelaars), afhankelijk van welke route ik nam.

Heemaf (electro-mechanische apparaten) lag buiten de normale route, maar af en toe kwam ik daar ook langs en Hollandse Signaalapparaten lag ook buiten de route, maar dat was op een steenworp afstand van ons tweede huis in Hengelo.


Mijn verbazing over deze grote bedrijven en de techniek die binnen de fabrieksmuren werd toegepast en uitgenut, moet net zo'n soort uitstraling hebben gehad op mij, als de KLM op mijn vader. Het droeg bij aan mijn keuze om techniek te gaan studeren.

Tussen mijn 16de en 18de jaar heb ik geworsteld met de vraag welke vervolgopleiding ik zou gaan doen na mijn middelbare opleiding. Mijn grootste wens was arts te worden, net als mijn vader dat had willen worden. Dat hij het niet is geworden had te maken met zijn afkomst en de tijd. Een groot gezin (6 kinderen) in oorlogstijd en een vader die arbeider is met een klein inkomen. Dan kun je niet gaan studeren voor arts, nog afgezien van de vooropleiding die je moest hebben voltooid.

Hoewel ik wel aan alle voorwaarden voldeed heb ik er bewust voor gekozen geen geneeskunde te gaan studeren, omdat ik dacht en denk dat mijn geheugen mij in de steek zou laten tijdens de opleiding of erna. Gelukkig heeft mijn dochter en dus mijn vader's kleindochter het goed gemaakt, zij is nu de arts/specialist/PhD, die wij hadden willen worden.

Philips Pionier 1, de behuizing, die erbij hoorde, heb ik nooit geinstalleerd,
want dan kon je de electronica niet zien
Rond mijn 13de jaar had ik van mijn vader een Philips Pionier gekregen (ref. 17).

Een eenvoudige bouwdoos om een radio in elkaar te knutselen. Ik had model 1, een kristal ontvanger met een oortelefoontje.

De jaren daarna begon ik wat meer met elektronica te knutselen. Verder speelde mee de electrische modeltrein, die mijn vader had gekocht in Duitsland en de modelbaan die hij wilde bouwen.

En dan had ik ook nog een buurman, waar ik regelmatig over de vloer kwam, eveneens een Signaal-man, hij soldeerde op zolder electronische circuits in elkaar, dat wilde ik ook wel. Dus een studie electrotechniek lag voor de hand.

Hazemeijer (ref. 10) en Heemaf (ref. 11) zijn later samen gaan werken in de Holec groep in 1963 en in 1969 trad ook Smit Nijmegen (transformatoren) toe tot Holec. Tijdens mijn studie electrotechniek heb ik nog een stage gedaan bij Holec (Smit Nijmegen ca. 1970).
Voormalige Stork gebouw

Stork (ref. 12) is na vele reorganisaties, fusies en overnames en vervolgens weer bedrijfssplitsingen in 2006/2007 als groot industrieel bedrijf ten onder gegaan. Maar in het oorspronkelijke pand van Gebr. Stork & Co is uiteindelijk Siemens Hengelo (ref 13) gevestigd, dat zijn wortels heeft in Siemens & Halske uit Den Haag, dat weer een relatie heeft met Signaal, zie hieronder.

Verder was er in die jaren nog AKZO (zout productie) gelegen aan het Twentekanaal, waar ook Signaal zich zou gaan vestigen in een nieuw te bouwen bedrijfspand.

Jules Schagen van Leeuwen


De oprichting van Signaal (ref. 14) is voortgekomen uit de wens van de Koninklijke Marine om Hr. Ms. Sumatra (1926) en Hr. Ms. Java van vuurleiding te voorzien. Het beste systeem hiervoor was een Duits systeem, dat echter vanwege het Verdrag van Versailles niet meer geproduceerd mocht worden, aangezien Duitsland geen defensie-industrie meer mocht bezitten. Dit werd omzeild doordat de fabrikant, Siemens & Halske (ref. 13), in Den Haag een schaduwfirma oprichtte, de Internationale Patenthandel (IPATH) geheten. Via de constructie van de Koninklijke Marine, de IPATH en de firma Hazemeijer werd dit omzeild en kwam de voorloper van Signaal tot stand.

De Duitsers zorgden er wel voor wel dat ze de volledige zeggenschap kregen. Niet alleen was de directie volledig Duits, ook het vakpersoneel bestond vrijwel uitsluitend uit Duitsers. In de jaren voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog trachtte de marine het tij te keren door een assistent-directeur te benoemen, en wel Luitenant ter zee (Ltz.) Jules Schagen van Leeuwen (ref. 15), die in 1936 in dienst kwam en in 1939 zelfs directeur van Hazemeijer's Fabriek van Signaalapparaten werd. Na de inval van de Duitsers in mei 1940 heeft hij een aantal tekeningen en documenten veiliggesteld, voordat hij naar Engeland vluchtte.

In het Marineblad van 1936 werd in het mutatie overzicht gemeld dat Ltz 1e klas J.J.A. Schagen van Leeuwen eervol werd ontslagen, maar ook werden de heren Ltz 2e klas A.P. Ferwerda en H.T. Koppen (ref. 2) genoemd, eveneens latere directeuren van Signaal.

In Londen werd Van Leeuwen geplaatst bij de Nederlandse marinestaf als sous-chef Materieel. Van december 1942 tot juni 1945 was hij op verzoek van de Britse Admiraliteit voor de ontwikkeling van vuurleidingsapparatuur voor marine-luchtdoelgeschut toegevoegd aan de Director of Naval Ordnance in Bath. Sceptisch over de Nederlandse vindingen lieten de Britten slechts 200 eenheden van het Bofors-geschut bouwen.

De demonstratie door Van Leeuwen op een Nederlands marineschip overtuigde de Amerikaanse marine wèl: duizenden stuks 40-mm-geschut werden in verschillende versies gefabriceerd voor de strijd tegen Japan.  In deze periode zou hij ook Max Staal ontmoeten, een eveneens naar Engeland gevluchte jonge ingenieur, die later ook Luitenant ter Zee en directeur van Signaal zou worden. Na de oorlog hebben de Verenigde Staten het bedrijf in Hengelo en Bofors (Zweden) fors betaald voor de blauwdrukken.

De nazi's kregen de fabriek Hazemeijer's Signaalapparaten (ref. 2 en 14) vrijwel ongeschonden in handen, en de fabriek werkte door en breidde uit van 886 naar 1298 personeelsleden in 1944. In maart 1944 werd de fabriek aan de Bornsestraat getroffen door een geallieerd bombardement, terwijl de bezetter bezig was de fabriek leeg te halen en de inventaris naar Werdau en Sassenheim te verhuizen.

In een recent artikel in een regionale krant (ref. 17) wordt melding gemaakt van sabotage door Nederlandse werknemers. Als de Duitsers dit ontdekken worden er een aantal medewerkers gefusilleerd.

Na de bevrijding van Hengelo, begin april 1945, bezocht Van Leeuwen (ref. 15) op verzoek van de Britse admiraliteit 'Hazemeyer': hij vond het bedrijf, dat voor de bezetter had gewerkt, leeg. Op zijn aandringen is 'Hazemeyer' als vijandelijk bezit in beslag genomen. Van Leeuwen werd door het Militair Gezag weer tot directeur benoemd en trad in juni 1945 aan, herenigd ook met zijn gezin in hun huis in Delden, dat op een toelage van 'Hazemeyer' moeizaam de Duitse bezetting had doorstaan. Mede onder zijn leiding kwam het bedrijf in Hengelo weer op gang, zij het voorlopig als producent van civiele goederen, zoals draaibankjes voor horlogemakers en spinmachines.

Op 7 augustus 1946 werd Van Leeuwen (ref. 15) als minister beëdigd. In het parlement kreeg Van Leeuwen, gezien het oorlogsprestige van de marine, brede steun voor zijn pleidooi voor een vloot die in samenwerking met bondgenoten de internationale rechtsorde kon handhaven en overeenkwam met de positie van het land. De ontwikkelingen in Nederlands-Indië - de worsteling met de Republiek Indonesia - belemmerden de marineplannen. 

Na de aanvaarding van de bemiddeling van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties bepleitte Van Leeuwen een krachtiger standpunt tegenover de Republikeinen (lees: Sukarno) en het buitenland, dat in het kabinet evenwel geen gehoor vond. De minister besloot daarop voor het Indië-beleid niet langer de medeverantwoordelijkheid te kunnen dragen. Op 23 november 1947 vroeg hij ontslag, dat hem eervol werd verleend.

Op 1 maart 1948 trad Van Leeuwen (ref. 14 en 15) weer toe tot de directie van 'Hazemeyer'. Na gedeeltelijke overname door de NV Philips werd het een onderdeel van de Hoofd Industrie Groep (HIG) Telecommunicatie en Defensie Systemen (TDS). Sinds mei 1948 zou onder de naam Hollandse Signaalapparaten B.V. het bedrijf naam maken met de productie van hoogwaardige defensietechniek, vooral radar gestuurde waarschuwings- en vuurleidingssystemen.

Door het vertrouwen in hem en zijn bedrijf wist Van Leeuwen veel opdrachtgevers - zoals de West-Duitse regering bij de herbewapening vanaf 1955 - te betrekken. Van Leeuwen, op 19 april 1955 bevorderd tot schout-bij-nacht titulair, ging op 1 januari 1957 met pensioen als directeur.

Mijn vader


Bron ref. 18, in 1984
Mijn vader trad in dienst bij Signaal op 17 juli 1950 (ref. 18). Er was in die tijd nog grote woningnood, mede door de bombardementen van de geallieerden op de voor de Duitsers belangrijke Hengelose industrieen.

Hij wist echter een kamer te huren bij een hospita op de Weversweg. Een huis in de wijk Tuindorp, dat was onder architectuur aangelegd als arbeiderswijk door Stork voor de eigen arbeiders, net zoals Philips dat had gedaan in Eindhoven. Mijn moeder, zusje en ik zouden later volgen, zodra er huisvesting voor het hele gezin beschikbaar was (oktober 1951).

Mijn vader heeft naar alle waarschijnlijkheid vanaf zijn komst naar Hengelo al in de nieuwe fabriek gewerkt. Op 17 oktober 1949 werden de eerste vier fabriekshallen aan het Twentekanaal al in gebruik genomen (ref. 2).

Op 15 februari 1951 wordt de "nieuwbouw" van Hollandse Signaalapparaten aan het Twentekanaal geopend, maar niet in het bijzijn van prins Bernhard (ref. 16) zoals onlangs in de Twentse Courant werd gemeld. Ook de foto die bij het artikel geplaatst is, is niet correct, die is van latere tijd. Dit is de correcte foto.


Bron: www.enschedansichten.nl
Dit beeld staat in mijn geheugen gegrift, omdat wij later op een steenworp afstand van de fabriek kwamen te wonen aan de andere zijde van het kanaal.

Overigens de brug over het kanaal op de foto is een baileybrug, die aan het eind van de oorlog (WWII) door de Engelsen is gebouwd, omdat de Duitsers de oorspronkelijke (betonnen) brug hadden opgeblazen. Vele jaren later is de baileybrug weer vervangen door een betonnen brug met bogen, volgens het oorspronkelijke ontwerp. Ik kan mij nog goed herinneren dat deze brug gebouwd werd, ging er vaak kijken hoe de bouw vorderde.

Prins Bernard bezocht in maart 1951 het bedrijf en kwam enige maanden later terug om de nieuwe gebouwen officieel te openen (ref. 2).

Een aantal keren ben ik in de fabriek geweest als er een open dag was voor familie van het personeel. Ik kan me nog herinneren dat er op een draaibank tolletjes werden gemaakt voor de bezoekende kinderen. En natuurlijk het jaarlijkse Sinterklaas feest. Toen ik een jaar of 16 was heb ik zelfs nog vakantiewerk gedaan bij Signaal, in de bibliotheek.

Mijn vader heeft van 1950 tot 1957 Jules Schagen van Leeuwen als hoogste baas gehad en de heer Ir. G. Bazuin als adjunkt directeur, verantwoordelijk voor de afdeling Fabricage Controle, later zou Bazuin plant manager van Signaal-Hengelo worden en mijn vader plant manager Signaal Gronau.

Chef van de Fabricage Controle was de heer Starkenborg. Hij was degene die mijn vader heeft aangenomen en werd aangesteld als bedrijfsassistent Fabricage Controle.

De heer Bazuin heb ik persoonlijk leren kennen, evenals zijn kinderen, daar wij vlak bij zijn huis woonden, als ik mij goed herinner ben ik wel eens bij hem thuis geweest en heb hem ontmoet op recepties.

In de afdeling Fabricage Controle was een meetkamer met standaard meetgereedschappen, die regelmatig de mechanische meetapperatuur in het bedrijf en ook bij de toeleveranciers controleerde. Mijn vader had hiervan de leiding (ref. 8).

Hij was ook bezig met de methode van meten en deze werd door hem besproken met en bij de toeleveranciers en natuurlijk ook binnen het eigen bedrijf, Verder werd hij ingeschakeld bij de besprekingen die gevoerd werden met de toezicht controleurs van de opdrachtgever, zoals het marinetoezicht.

Bij besprekingen met het marinetoezicht en de mensen van LEO (Laboratorium Electronisch Onderzoek van de marine) in Oegstgeest, was soms ook de direktie aanwezig. Bij klachten of technische discussies werd zowel mijn vader als de heer Mueller (ref. 8) naar hun mening gevraagd. 

Uit ref. 2
De verhouding met de directie - Schagen van Leeuwen en Brinkman (financieel onder directeur) - in die begintijd was aangenaam. Ook met de latere directeuren (ref. 8), zoals Brethouwer, Koppen, Jorna, Staal en Doorenbos. 

Omstreeks het midden der 50-er jaren heeft de heer Starkenborg het bedrijf verlaten. Deze functie werd toen door de heer Wobbe overgenomen. Mijn vader en de heer Wobbe zijn nooit vrienden geweest, alhoewel ik me herinner dat hij wel eens op bezoek kwam, of wij bij hem.

Ik kan mij ook nog herinneren dat mijn vader wel eens naar Dikkers ging. Dat was omdat Dikkers veel kennis in huis had over brons en ook toeleverancier was van bronzen onderdelen, zoals tandwielen, camoides en ander speciaal gietwerk. Deze onderdelen waren nodig voor de mechanische rekenaars voor de vuurleiding-installaties, die in het begin werden toegespast. Veel later zijn die vervangen door digitale computers.

Verder herinner ik mij dat een van zijn collega's/vrienden die regelmatig bij ons thuis kwam, ooit gezegd heeft dat mijn vader de tandwielspecialist van Signaal was. Ik heb een van zijn tandwiel boeken nog wel eens doorgenomen, inderdaad zeer specialistisch.

Regelmatig ging hij naar Fokker. Die bouwden voor Signaal de radarreflektoren voor de radarinstallaties. Deze werden ook bij Fokker gekeurd en gemeten, daar Fokker ook over de vereiste meetapperatuur beschikte. De reflektoren werden vervolgens direct naar de marinewerf verscheept.

Ook ging hij regelmatig naar Duitsland, op bezoek bij Duitse toeleveranciers, om controles uit te voeren en procedures te bespreken. Hij was dan vaak een aantal dagen tot een hele week van huis. Ik heb dat zelf ook een aantal keren mogen doen toen ik als afdelingshoofd van de netwerk afdeling van de Universiteit Nijmegen (nu Radboud Universiteit), verantwoordelijk was voor de aanschaf van (toendertijd) zeer geavanceerde netwerkschakelapparatuur.

Mijn vader is ook eens een week naar Amerika geweest. Ik heb niet kunnen achterhalen naar welk bedrijf en plaats, maar ongetwijfeld in verband met een levering aan het Amerikaanse leger of een toeleverancier, waarbij controle metingen een belangrijke rol speelde.

Een zeer speciale herinnering heb ik aan het feit dat hij eens met een proefschrift thuis kwam, van een arts die gepromoveerd was op een methode om de ziekte van Parkingson te genezen, althans de tremor te verminderen. De methode bestond eruit om dat deel in de hersenen dat verantwoordelijk is voor de tremor te vernietigen, door een naald in het gebied te brengen en vervolgens cryogene vloeistof in te brengen, waardoor het weefsel ter plekke afsterft.

Zo ziet het instrument er tegenwoordig uit
Mijn vader had op verzoek van de promovendus een instrument ontwikkeld dat op de schedel gefixeerd kon worden en vervolgens kon de naald op het instrument in de gewenst positie ingesteld en gefixeerd worden en met een schroef tot de juiste diepte ingebracht worden. 

Helaas kan ik het proefschrift niet meer vinden en dus moet ik het jaar van de promotie schuldig blijven.

Overigens het instrument had wel iets weg van een grote gyroscoop, bestaande uit een paar ringen met cardanische koppelingen, die ook in het logo van Signaal voor komt.




Toeval?


Jules Schagen van Leeuwen was geboren in Pretoria, Zuid Afrika, in 1896, zoon van Nederlandse ouders aldaar. Ik ben daar in 1990 - zie mijn betreffende post -  geweest voor een zakelijk bezoek, 94 jaar later hebben onze wegen elkaar daar gekruist.

Voor zijn carriere bij Signaal heeft Schagen van Leeuwen een aantal jaren in Indie doorgebracht. Bij de marine was zijn thuisbasis Surabaya van 1926 tot 1929. Ik heb die marinebasis in Surabaya bezocht in 2002. Er staat, net als in Den Helder, een oude Nederlandse onderzeeer opgesteld, waar je in mag.

Surabaya heeft ook nog een belangrijke rol gespeeld voor de oorlog in de oost. De tekeningen van de modernste vuurleidinginstallatie van voor de oorlog, die Schagen van Leeuwen mee naar Engeland had genomen, zijn daar op de marinebasis op micro-fiche gezet en later aan de Amerikanen beschikbaar gesteld. Duizenden stuks geschut met de rekenaar van Signaal en het kanon van Bofor zijn in licentie door de Amerikanen gebouwd voor de strijd tegen Japan. 

Ga naar Deel 4


Ga naar Deel 1



Printfriendly

Contact Form

Name

Email *

Message *