Quote

“I'd rather regret the things that I have done than the things that I have not.”
― Lucille Ball

Saturday, June 6, 1998

Kort bezoek aan Jakarta 1998 (Deel 2)



Laan Trivelli 117 eind jaren '40

Deel 2

Donderdag 30 april



Koninginnedag in Nederland. De krant ligt op de deurmat van mijn kamer. Bij het ontbijt, nassie goreng met de gebruikelijke ingrediënten, fruit en koffie, neem ik de krant door. Zowaar staat er iets in over Koninginnedag en een artikel over Nederland.

Er wordt hoog opgegeven over Nederland in Europa. Economie en beroemdheden luisteren het artikel op. Mogelijk een verkapte kritiek op het huidige regime en een verwijzing naar vroegere tijden. Na het ontbijt ga ik plannen smeden voor die dag. Eerst naar het Nationale monument en vanuit de toren over Jakarta kijken. Dan zoeken naar laan Trivelli en vervolgens naar het oude Batavia.

Het Nationale monument (Monas) is vlak bij het hotel. Een groot vierkant terrein, waar via de vier diagonalen wegen naar het monument leiden. Daar staat een grote pilaar met een symbolische vlam belegd met 50 kg puur goud, voorstellend de eeuwige vlam. Eronder bevindt zich een museum met de historie van Indonesië in 40 tot 50 diorama’s. Als ik aankom zweet ik al pijpenstelen, maar gelukkig heb ik een zakdoek bij me. Terplekke staan de gidsen en verkopers mij al op te wachten. Ik koop een setje kaarten en doe verder geen zaken meer en ga dus zonder gids het monumentale terrein op. Voor enkele rupia’s mag ik het grote vierkante plateau op waar de pilaar op staat.




Image result for jakarta monas
Lepangan Merdeka (Monas)
Eerst naar de kelders waar zich het museum bevindt. Er is geen airconditioning en uit de wind is het nog warmer dan buiten. Het zweet gutst van alle kanten van mijn gezicht. Toch doe ik met plezier de ronde langs alle diorama’s. Wat mij opvalt is de wijze waarop de aanspraak op Nederlands Nieuw-Guinea in beeld wordt gebracht, namelijk door te stellen dat alle onder Nederlands gezag vallende gebieden aan de nieuwe staat Indonesië zouden worden toegewezen. In de grote ondergronds ruimte zijn diverse groepen kinderen te vinden, die een soort schoolreisje hebben en geschiedenis onderwijs krijgen, door allerlei vragen te moeten beantwoorden. Ook vindt er een soort gidsen opleiding plaats van jonge volwassenen die bij ieder diorama een verhaal moeten houden en daarbij voortdurend worden gecorrigeerd.

Als ik ben uitgekeken ga ik weer naar boven, waar het gelukkig een beetje waait. Vervolgens met de lift naar boven op de pilaar. Dit is een van de bekendste uitkijkposten over Jakarta. Ik neem naar alle richtingen een paar foto’s en vervolgens weer naar beneden. Lekker afgekoeld, want boven waait het behoorlijk. In de lift bevindt zich ook een jonge vrouw met twee kleine kinderen van 2 tot 3 jaar. De liftbediende, een van de vele ambtenaren die Indonesië rijk is, vraagt naar mijn herkomst. Beneden aangekomen ga ik op een bankje zitten om de kaart te bestuderen voor mijn volgende plan. De vrouw uit de lift komt met de kinderen naast mij zitten. Vervolgens moet ik met de kinderen op de bank op de foto. Ik dacht eerst dat het om de kinderen ging en wilde opstaan, maar ze gebaarde dat ik erbij moest blijven zitten. Het ontging mij of dat was omdat ik een buitenlander of een Nederlander was.

Het volgende plan was het huis te vinden op de voormalige Laan Trivelli nummer 117. Mijn vader had mij voor het vertrek uitgelegd dat de laan Trivelli waarschijnlijk in het verlengde van de Museum straat lag. Op de huidige kaart komt Trivelli niet meer voor. De buurt heet Tanah Abang en vele straten in deze wijk heten ook zo, genummerd van 1 tot 11. De Museum straat bestaat nog wel onder de naam Musium en in het verlengde ligt Tanah Abang 2. Dit is de langste straat met deze naam en het nummer 117 doet vermoeden dat dit nummer hier te vinden moet zijn. Dit is dus het eerste doel van de zoektocht. In tegenstelling tot Sumenep is hier veel veranderd. Het is een echte wijk straat, dus niet veel doorgaand verkeer maar wel druk. Veel panden zijn naar schatting nog maar 10 tot 20 jaar oud en er is ook veel verval. Om de 3 tot 5 panden is er een modern pand en dus lijkt de kans dat nummer 117 nog in oorspronkelijke staat teruggevonden zal worden niet erg groot.

Na een wandeling van 15 minuten vanaf de Jalan Musium passeer ik een kleine kali en loop verder. Vijftien minuten later passeer ik de grotere kali Cideng. Zoals alle kali’s stinkt deze ook en ziet zwart van de rotzooi. De geur die je daar tegemoet komt is een mengeling van riool, rottend afval, uitlaatgassen, rook en kruiden. Een geur die ik nog herken van India en die ik later in verschillende gradaties zal tegenkomen. Het wordt nu spannend want de nummers, aan de linker zijde lopen nu naar de honderd. Het ziet er slecht uit want hier zijn veel panden verdwenen.
Laan Trivelli 117 (Tanah Abang 2) bovenbouw



Dan zie ik nummer 117. Het is een huis in oude stijl, maar komt mij niet bekend voor van de foto’s. Het lijkt hoger te zijn, maar omdat de nummering in de hele straat onveranderd lijkt zou het toch het gezochte huis moeten zijn.

Er staat een groot hek voor en zicht op de onderbouw is er niet echt. Aan de overkant is een kantoor van een makelaar.

Ik stap daar naar binnen en vraag of zij iets van de vroegere situatie weten. Helaas spreekt niemand daar de Engelse taal. Ook na lang aandringen kom ik niet verder. Vervolgens ga ik naar het pand op nummer 119 waar een kantoor is gevestigd. Bij de receptie leg ik mijn probleem voor, maar zij spreken ook geen Engels. Zoals gewoonlijk zitten er twee man, je vraagt je af waarom. Er wordt iemand gebeld die Engels spreekt. Na enkele minuten arriveert er een moderne Indonesiër, die inderdaad Engels spreekt. Ook hij kan me niet verder helpen.




De foto’s die ik bij me heb worden uitvoerig bestudeerd, maar uiteindelijk leidt dit niet tot nieuwe inzichten. Veiligheidshalve neem ik een foto van het pand. Je weet nooit of je er nog terug komt. Dan is het een kwestie van analyseren. Er zijn drie mogelijkheden:

1. het is het gezochte huis, maar is ingrijpend veranderd
2. het is de verkeerde straat, dus heette die voorheen anders
3. het is de juiste straat, maar de nummering is aangepast

Punt 3 lijkt mij een onjuiste stelling gezien het feit dat de nummering vanaf het begin van deze straat normaal doorloopt en er geen ingrijpende nummer verandering heeft plaats gevonden. Of punt 2 een optie is kan worden vastgesteld door de andere gelijkluidende straten te onderzoeken. Ik begin de verschillende opties te onderzoeken aan de hand van de kaart. Tanah Abang 2 is op de kaart de langste straat, terwijl nummer 117 bijna aan het einde is. Een alternatief moet dus ook een lange straat zijn. Feitelijk is er geen alternatief. Onderzoek in de buurt toont dit aan. Alle andere gelijkluidende straten zijn een stuk korter en kennen geen nummer 117.
Alles in beschouwing genomen neem ik aan dat het huis is gevonden, maar dat er een ingrijpende verbouwing heeft plaats gevonden. Ik besluit nog eens naar Tanah Abang 1 te lopen, die iets noordelijker ligt. Deze wandeling brengt mij bij een aantal zeer armoedige straten waar ik echt als een zonderling wordt aangezien.

Aan het einde kom ik plotseling bij het Ancient Enscription Museum uit, waar zich een verzameling grafstenen bevindt van Nederlanders die daar de afgelopen eeuwen zijn begraven, waaronder de vrouw van Raffles, de stichter van Singapore, en die ook in Indië een reputatie had. Hij was het die de Burubudur heeft (her)ontdekt. Overigens zijn alle lijken weggehaald. Het museum wordt nu hersteld. Daar trof ik een jonge Indonesiër die als diener van de overheid als bewaker dienst deed en mij aansprak. Hij sprak Engels en was erg geïnteresseerd in geschiedenis.
Ancient Enscription Museum


Nadat hij mij had rondgeleid door de graftuin, drong hij aan op een ontmoeting met hem thuis. Eerst dacht ik dat hij bedoelde dat ik eens bij hem langs moest komen, maar nadat ik hem had duidelijk gemaakt dat ik maar een paar dagen in Jakarta zou zijn, vertelde hij dat ik direct met hem mee moest. Het is mij niet duidelijk geworden of zijn dienst afliep of dat hij gewoon weg kon als hem dat uitkwam, maar het kwam er op neer dat we direct konden vertrekken. Niet nadat we onze namen en adressen hadden uitgewisseld en ik hem een fooi had gegeven voor zijn assistentie in de graftuin.

We gingen op weg naar zijn huis dat niet ver daar vandaan was, maar hij moest eerst nog bij wat vrienden o.i.d. aan de overkant langs en kwam met wat papieren terug. De bedoeling daarvan heb ik niet begrepen. Vervolgens gingen we op weg. Hij vertelde me dat hij een fan was van The Beatles en het bleek onderweg dat hij een hoop mensen kende. We kwamen terecht in een Moslim wijk - een soort stadse campong - die mij erg deed denken aan wat ik gezien had in India, m.n. in Old Delhi. Kleine steegjes waar je als buitenlander niet graag komt, maar met mijn begeleider geen probleem.

Zijn huis was een gevel met een winkel zoals je ze overal tegenkomt, waar drank en voedsel wordt verkocht. Als je de open deur door gaat kom je in de kamer, die bij ons een vestibule zou kunnen zijn. Daarachter bevinden zich allerlei slaapruimten achter een gordijn. Ik maakte kennis met zijn vrouw, kinderen, broer, vader en nog een aantal mensen waarvan mij de relatie ontging. Zijn vader was klaarblijkelijk niet meer helemaal helder, want de vraag naar wat er van de Laan Trivelli was geworden kon niet aan hem worden voorgelegd worden. Hij liet zijn video cassette zien van de Beatles in Concert en vroeg mij een dergelijke cassette op te sturen. Probleem is dat zij het Beta systeem van Sony gebruiken en wij VHS. Is er dus niet van gekomen.

Mijn dorst was tot een hoogtepunt gestegen en heb met genoegen het aanbod aanvaard voor een flesje frisdrank. Het ziet er uit als Cola, maar het smaakt nergens naar. Als je dorst hebt doet dat er gelukkig niet toe. Toen ik na afloop wilde betalen wilde mijn gastheer daar niets van weten. Het kostte een hoop moeite hem te overtuigen. Dit was voor mij de ultieme belevenis van een Indonesiër die (nog) niet op mijn geld uit was.

Mijn gast zou mij begeleiden naar de normale wereld, want alleen daar rondlopen was niet verantwoord of het was niet mogelijk de weg terug te vinden. Welke van de twee opties het hier betrof was mij niet duidelijk. Onderweg in een van de vele stegen moesten we bij een van zijn vrienden langs. Zij waren er niet maar wel de vriendinnen, meiden van een jaar of 18, die in een kamertje naar moderne muziek aan het luisteren waren. Ook hier weer de Beatles die de boventoon voerden. Mijn komst baarde enig opzien maar ook veel interesse, ook van mijn kant.

Omdat de vrienden niet thuis waren gingen we verder en kwamen langs de ‘woning’ van Abduhl. Dit is een man van naar schatting 60 jaar, die tot voor kort in de Indonesische ambassade van Tsjechië werkte. Zoals een echte Mohammedaan betaamt liep hij in de daarbij behorende gewaden. Hij bleek de Engelse taal bijzonder goed te beheersen en ook kennis te hebben van het vroegere Batavia. Nadat ik het doel van de zoektocht had uitgelegd en de foto’s liet zien was hij één en al aandacht. Hij wist mij te verzekeren dat de laan Trivelli nu Tanah Tabang 2 heet. Mijn eerdere stelling dat ik ons huis had gevonden werd hiermee aanzienlijk versterkt. Na de gebruikelijke plichtplegingen werd ik door mijn gastheer begeleid naar het busstation voor de rit naar het oude Batavia. Ik had hem verteld dat ik naar de oude haven wilde gaan, de ‘Sunda Kelapa Harbour’. Voor 500 Rp’s met de M08 minibus kom je daar zo. Vereist is wel dat je gevoel hebt voor waar je bent, want je moet op tijd uitstappen. Dat gevoel heb ik gelukkig en als ik er eenmaal ben geweest vergeet ik dat nooit meer.

Ga naar Deel 3

Printfriendly

Contact Form

Name

Email *

Message *